Waarom makkelijk doen als het moeilijk kan?

moeilijk-doen„Ik heb geen idee wat ik met het paard moet doen,” zegt Dirk Jan. Hij kijkt erg onzeker terwijl hij in zijn keurige maatpak met kaplaarzen eronder naast een groot bruin paard staat. Ik had hem niet zonder opdracht de paardenbak in moeten sturen bedenk ik me nu. Dirk Jan is echt zo’n type dat een concreet doel nodig heeft. Hij zei in het begin al dat hij het allemaal nogal zweverig gedoe vond met die paarden. Laat ik het voor hem maar niet erger maken dan het al is.

„Loop maar naar die tweede paal” zeg ik tegen hem. Ter verduidelijking voeg ik er aan toe dat hij het paard mee moet nemen. Ik hoor instemmend gemompel van de managers die aan de kant staan te kijken. Zij zijn hierna aan de beurt. Ik vraag wat deze groep van de opdracht vindt. „Heel duidelijk,” zegt een man met veel te glimmende schoenen, „wij werken bij de bank namelijk graag met concrete doelen.” Daarna volgt een heel verhaal over targets en haalbaarheidsanalyses en met nog meer managementjargon waar hij straks in de paardenbak bijzonder weinig aan zal hebben.

De palen staan maar een paar meter uit elkaar in de ronde paddock die ik gemaakt heb voor deze sessie. De tweede paal lijkt mij dus een zeer haalbaar doel. Tot mijn verbazing zie ik Dirk Jan echter rechtsomkeert maken met het paard en vervolgens het hele rondje de andere kant om lopen. Hierdoor is de tweede paal ineens de op een na laatste geworden. Niet alleen is de afstand nu veel groter geworden, Dirk Jan loopt nu ook nog in de buitenbocht en moet dus zelf een stuk harder lopen dan het paard. Dit maakt de opdracht aanzienlijk moeilijker. Zeker doordat Dirk Jan geen enkele ervaring heeft met paarden.

Zoals ik al verwachtte strandt Dirk Jan bij de eerste de beste grasspriet die ze passeren. Het paard duikt met zijn neus in het gras, Dirk Jan doet nog verwoede pogingen om hem mee te trekken aan het touw, maar tegen 700 kilo paard kan hij niet op. Ik besluit hem verder gezichtsverlies tegenover zijn collega’s te besparen en zeg dus maar dat de tijd om is. Opgelucht komt Dirk Jan de paddock uit.

Nu is het de beurt aan collega Lodewijk. Ik haal zelf het paard weg bij het gras, breng hem weer terug naar het startpunt en wijs Lodewijk aan waar de tweede paal is. Voor de zekerheid vraag ik nog of het doel helder is. „Ja ja,” zegt Lodewijk, „ik heb net goed gekeken. Piece of cake. Je moet gewoon wat beter opletten dan Dirk Jan deed.” Direct pakt hij het touw van mij over, maakt óók rechtsomkeert en loopt óók de verkeerde kant op. Vervolgens komt hij ongeveer één meter verder dan zijn voorganger en dan strandt hij ook.

Om de beurt komen de collega-managers de bak in. Ze blijken behoorlijk competitief te zijn en sluiten weddenschappen af over wie als eerste het paard naar het eindpunt zal brengen. Elke keer als er iemand aan de beurt is, zet ik het paard terug bij het startpunt. Elke keer draaien zij het paard om en lopen de andere kant op. Geen van hen haalt het eindpunt.

Ze hebben er gelukkig wel plezier in. Er wordt hard gelachen om de pogingen die iedereen doet om het paard in beweging te krijgen en te houden. Op een gegeven moment stopt het paard, tilt zijn staart op en laat een flinke hoeveelheid mest op de grond vallen. Hilariteit alom. Nog leuker wordt het als de man met de veel te glimmende schoenen bij de volgende ronde precies in de mest gaat staan.

Toch geven ze het niet op. Ze gaan maar door. Ik bekijk het vol verwondering. Hebben ze nou zelf echt niet door dat als ze gewoon rechtdoor zouden lopen ze in een paar stappen bij het eindpunten zouden zijn? Ik twijfel of ik er iets van moet zeggen. Ik besluit mijn mond te houden tot ook de laatste aan de beurt is geweest. Dan kan ik me echt niet meer inhouden. Ik confronteer ze met het feit dat ze allemaal, niemand uitgezonderd, elkaar precies nagedaan hebben en dat daardoor niemand deze uitermate simpele opdracht voltooid heeft.

Het is ineens doodstil. Ik wijs de groep op het vele psychologische onderzoek dat is gedaan naar ‘kuddegedrag’ bij mensen. Dirk Jan stelt tevreden vast dat iedereen dan toch maar achter hem aangelopen is.

©Wendela den Tonkelaar, CVPC, 2016

Herkenbaar? Laat hieronder een reactie achter!

Deel:
facebooktwitterlinkedinmail