Boek: Coachen met PaardenKracht

Coachen met Paardenkracht
Inge Kroesen, 2014

112 blz. –  E 24,95
http://3pk-kennishuis.nl/webshop

IMG_0374-225x300Als je van je vak houdt, zoals ik, en ook nog eens erg van lezen houdt, zoals ik, is het soms frustrerend om in een relatief nieuw en klein vakgebied te werken. Als je op vakantie gaat, eindig je elke keer weer met dezelfde boeken in je koffer… Maar nu is er goed nieuws. En precies op tijd voor de donkere wintermaanden.

Er is een nieuw boek verschenen over paardencoaching. Niet zo maar een boek; een Nederlandstalig boek, geschreven door mijn zeer gewaardeerde collega paardencoach Inge Kroesen. Het boek is een goede aanvulling op ’Coachen met Paarden – het systemisch perspectief’‚ van Ruud Knaapen dat twee jaar geleden verscheen.

Beide boeken hebben hun eigen invalshoek en beide schrijvers beschrijven hun eigen specialisme. Daarmee is Inge goed geslaagd in het belichten van haar visie op het vakgebied, zonder ruimte weg te nemen voor anderen.

Laat ik om te beginnen zeggen dat ik het geweldig vindt dat Inge dit boek geschreven heeft. Dat vond ik al voordat ik het gelezen had. Maar nu nog meer! Het schrijven van een boek kost (veel) tijd en moeite. Als paardencoach en ondernemer kan ik me voorstellen dat Inge het al druk genoeg heeft. Dat zij dus de tijd en moeite heeft genomen om haar kennis met ons, collega’s, te delen, vind ik gewoonweg fantastisch. Daar kan ik alleen maar heel erg dankbaar voor zijn.

Daarbij deelt ze haar kennis op een hele toegankelijke manier. Het boek is makkelijk geschreven, bevat veel beeldmateriaal en overzichtelijke lijstjes. Als lezer krijg je bovendien de ideale mindset om te leren aangereikt doordat Inge je alle ruimte laat om je eigen mening te vormen over wat zij schrijft (een mening ergens over vormen is, vast niet toevallig, een van de meest effectieve manieren om kennis tot je te nemen). Direct aan het begin van het boek schrijft ze al:

„Graag wil ik benadrukken dat de theorie in dit boek niet de enige waarheid is. Evenmin heb ik de pretentie dat mijn werkwijze de enige juiste is. In tegendeel! Het paard inspireert ons om werkelijk authentiek te zijn. Daarbij hoort dat iedereen die coacht met paarden dit op zijn of haar eigen manier doet.”

Hierdoor krijg je als lezer de ruimte om de kennis die Inge deelt, in je op te nemen en toe te passen op je eigen authentieke wijze. Waardoor je nieuwe ervaringen op kan doen en die je op jouw beurt weer kan inzetten en delen.

Niet alleen in het hierboven genoemde citaat, maar in alle hoofdstukken komt terug dat je dat wat Inge beschrijft niet als de enige waarheid hoeft te zien. Ze beschrijft haar eigen ervaringen waar je als collega of toekomstig paardencoach van kan leren zonder daarbij haar mening aan de lezer op te leggen. Ze daagt je uit kritisch te lezen en vooral zelf ervaring op te doen.

Ik heb dit boek dan ook als kritische lezer gelezen. Maar ik heb ook veel opgestoken van de inhoud. Kritisch zijn en leren gaan goed samen. Door de manier van schrijven ervaar je eigenlijk continu wat jouw cliënt ook zou moeten ervaren tijdens een coaching. Je voelt je gezien (je mag je eigen mening hebben) en geholpen (je wordt in het boek stap voor stap begeleid in het coachen met paarden).

Dit is voor mij het unieke aspect van dit boek. De manier waarop Inge coacht, zoals ze dit beschrijft in het boek, is ook de manier waarop ze schrijft.

Het boek begint met een inleiding in het onderwerp. Je leest waarom en voor wie het boek is geschreven. Bovendien geeft Inge een duidelijke afbakening van de inhoud. Daarmee komen we op mijn grootste punt van kritiek.

Bepaalde onderdelen van het coachen met paarden blijven onderbelicht. Ik kom hier zo meteen nog op terug. Ik zie overigens in dat het lastig (zo niet onmogelijk is) om alle facetten van dit uitgebreide vak te belichten. Op sommige punten echter mis ik relevante informatie die het met name voor beginnende paardencoaches makkelijker zou maken om de informatie uit het boek toe te passen.

Na de inleiding volgt een kort hoofdstuk over Inge haar visie op paardencoaching en hoe zij in dit vak terecht is gekomen. Ook komt in dit hoofdstuk voor het eerst de vraag „Hoe werkt het?” (duidend op het effect van paardencoaching) aan de orde.

Deze vraag komt een aantal keren terug, steeds met het antwoord „Ik weet het niet.” Persoonlijk vind ik dit een wat (te) gemakkelijk antwoord. Ja, het klopt dat we niet precies weten hoe het werkt in die zin dat er (nog) niet voldoende wetenschappelijk onderzoek is gedaan om hier iets over te zeggen. Maar er bestaan wel  hypotheses over hoe het werkt en waarom het werkt.

Deze hypotheses hadden op zijn minst besproken kunnen worden om de startende paardencoach te voorzien van pijlen op zijn boog. Het gaat namelijk om een vraag die heel veel gesteld wordt door (potentiële) klanten van de paardencoach.

Ik ben heel blij dat er een hoofdstuk over het coachpaard is opgenomen. Er wordt zorgvuldig aandacht besteed aan de keuze en inzetbaarheid van het coachpaard, dat (uiteraard!) een van onze belangrijkste instrumenten is (het andere ben je als coach zelf :)). Inge geeft duidelijke criteria waar je op kan letten bij de keuze van een coachpaard zonder hierin te overdrijven of het onnodig ingewikkeld te maken.

Helaas bevat dit hoofdstuk maar één korte paragraaf die aandacht besteedt aan het welzijn van het coachpaard. Hierdoor blijft dit belangrijke onderdeel onderbelicht. Over het welzijn van het coachpaard, blijft veel onbesproken.

In principe is dat geen probleem, er moeten tenslotte grenzen zijn aan het gebied wat in het boek besproken kan worden. Maar er worden wel dingen aangestipt die in mijn visie ethisch gezien niet helemaal correct zijn tegenover het coachpaard.

Zo beschrijft Inge een reactie van een gastcoachee die niet te spreken was over de manier van paardenhouden op de locatie waar de coaching plaatsvond. De paarden stonden voornamelijk binnen en hadden weinig mogelijkheden tot sociaal contact. Inge haar reactie hierop is:

„Natuurlijk ben ik gevoelig voor deze feedback. Ik heb zelfs even overwogen om geen gebruik meer te maken van deze locatie. Totdat ik mezelf afvroeg in hoeverre ik de paarden een dienst zou bewijzen als ik weg zou blijven.”

Juist in dit voorbeeld kan je als coach wél een bijdrage leveren aan het welzijn van de paarden, ook als het niet je eigen paarden zijn. Ga met deze locatie het gesprek aan over het welzijn van de paarden. Jij bent daar klant, een gemakkelijke klant waar met relatief weinig moeite aan te verdienen valt.

Je bent dus in een goede positie om te onderhandelen over het welzijn van de paarden die je gebruikt. En daar bewijs je de paarden pas echt een dienst mee.

Daarnaast zou ik je aanraden je niet alleen vanuit idealistisch oogpunt als paardencoach in te zetten voor het welzijn van de coachpaarden. Uit ervaring weet ik dat het coachpaard beter spiegelt naar mate zijn sociale vaardigheden beter ontwikkeld zijn. De beste manier om dit te ontwikkelen voor een paard is door in een kudde te leven (in ieder geval een deel van de tijd). Bovendien is de beste manier voor het paard om zijn ervaring met de cliënt te verwerken het  samen zijn met soortgenoten. Hierdoor werk je aan de inzetbaarheid van het coachpaard op de lange termijn. Je voorkomt dus eigenlijk een burn-out voor het paard.

Kortom, mijns inziens zijn er voldoende redenen voor paardencoaches om meer aandacht te besteden aan het welzijn van het coachpaard.

IMG_0376-225x300In dit deel van het boek wordt uitgebreid aandacht besteed aan de feedback die het paard geeft aan de cliënt. Alle veelvoorkomende signalen van het paard worden beschreven en voorzien van beeldmateriaal. De betekenis en interpretatie van het betreffende signaal worden zorgvuldig uitgelegd. Vrijwel elke keer wordt dit ondersteund door (meerdere) voorbeelden uit de praktijk.

Bij mijn weten is er geen ander boek dat zo duidelijk een overzicht geeft van de signalen van paarden specifiek in coachingsituaties. Dit maakt het met name voor de startende paardencoach een waardevol naslagwerk dat je zeker meerdere keren zal doornemen. Ook voor de ervaren coach voegt het veel toe om alles zo overzichtelijk op een rijtje te hebben staan.

Een van de mooiste dingen uit dit boek is het respect en de openheid waarmee Inge haar cliënten tegemoet treedt. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de volgende aanwijzing die zij geeft als het gaat om het bespreken van onverwerkt verlies met de cliënt.

‘Als de deelnemer het verlies herkent, laat ik de deelnemer zelf bepalen in hoeverre hij dat met ons wil delen. Na de bevestiging vraag ik eerst toestemming of ik er nog iets over mag vragen. Of vraag ik of de deelnemer daar iets over wil vertellen. Uiteraard respecteer ik iedere “nee”.’

Prachtig vind ik dit! Hetzelfde respect waarmee Inge de lezer aanspreekt, gebruikt zij ook naar haar cliënt. Deze krijgt de ruimte zelf te bepalen waar zijn grenzen liggen en wordt nergens toe gedwongen. Iets waar menig coach een voorbeeld aan kan nemen.

Door dit hoofdstuk komt in vele voorbeelden deze grondhouding van openheid en respect naar voren. Veel van de dingen die wij in paarden zo bewonderen (oordeelloos, open, nieuwsgierig, etc) laat Inge hier als menselijke coach blijken. En dat is voor mij de kern van ons vak.

Het boek eindigt met de praktische hoofdstukken „Aan de slag” en „Uit de praktijk”. Hier worden vele zaken besproken die je als paardencoach en zelfstandig ondernemer moet regelen. Dit alles geïllustreerd met beeldmateriaal zodat je bijvoorbeeld precies kan zien hoe je een ring opbouwt in de bak voor een coachingsessie.

Persoonlijk houd ik erg van een praktische aanpak. Ook dit deel van het boek spreekt mij dan ook erg aan! Je wordt als lezer als het ware aan de hand genomen om zelf alles voor je eigen coachingpraktijk te kunnen regelen.

Samenvattend kan ik zeggen dat ondanks mijn kritische noten ik dit boek zeker aan zou raden aan alle (potentiële) paardencoaches. Het is een praktijkgids die naar mijn weten nog niet bestaat en dus een waardevolle aanwinst voor het vakgebied. Of je nog in opleiding bent of al jaren bezig bent, dit boek mag eigenlijk niet ontbreken in je boekenkast.

Heb jij het boek al gelezen? Ik ben benieuwd wat jij er van vond! Deel het hieronder!

©Wendela den Tonkelaar, 2014

Delen via social media is toegestaan, zolang het originele bericht behouden blijft.

Deel:
facebooktwitterlinkedinmail