Moed móet

Paarden rennen in de weiVoor Kanza is het erop of eronder. Zij is nieuw in de kudde. Tibeau, de leidende merrie, loopt snuivend langs het hek dat zojuist achter Kanza is dichtgevallen. Kanza aarzelt, zal ze wegrennen? Waarheen? Terug kan niet meer. Gespannen pakt ze een hap gras.

Tibeau houdt pal voor Kanza halt. Briest, stampt met haar voorbeen. Voorzichtig heft Kanza haar hoofd, de neuzen van beide paarden raken elkaar. Tibeau snuift, gilt en stampt nogmaals. Ook Kanza laat zich nu horen – een schril geluid. Maar dan, als op afspraak, zakken hun hoofden en nu grazen ze samen, net als de rest van de kudde.

De kwaliteit van het eerste contact is vaak bepalend voor de kwaliteit van de relatie. Dat geldt zowel voor paarden als voor mensen. Voor een positieve relatie moet het contact – van beide kanten! – voldoen aan een een aantal voorwaarden.

  1. Jullie gaan uit van gelijkwaardigheid. Dan zinspeel je niet op machtsverhoudingen. ‘Op je strepen staan’ is absoluut dodelijk voor elke goede relatie.
  2. Jullie staan open voor elkaar. Dan doe je niet net alsof je naar elkaar luistert terwijl je alleen maar bezig bent met wat je zelf wilt zeggen.
  3. Jullie zijn eerlijk. Dan doe je geen beloftes als je niet weet of je ze kunt nakomen en je houdt er geen dubbele agenda op na.
  4. Je geeft duidelijk je grenzen aan. Dan laat je merken wat je bevalt maar zegt het ook als iets je niet bevalt.

Een mislukt contactmoment kan de verhoudingen flink verzieken. Soms zelfs voorgoed. Dan kunnen of willen jullie elkaar niet meer begrijpen. Relativeren lukt dan ook niet meer. Negatieve gevoelens en vooroordelen worden versterkt, zo van: “Zie je wel dat het wel mis móest gaan?”

Doodzonde. Van alle verspilde moeite en alle misgelopen kansen.

Contact maken met ‘de ander’ kan eng zijn.  Zeker als je hem of haar niet goed kent. Of ‘anders’ is. Bijvoorbeeld qua cultuur, afkomst, generatie, status, politieke of religieuze overtuiging.

Dan heb je om goed contact te kunnen maken lef nodig. Lef om desnoods ‘over je schaduw te stappen’ zoals dat tegenwoordig heet. Je hand uitsteken naar de ander, dat is lef. En een uitgestoken hand aannemen is zéker lef.

Het tegenovergestelde van lef is laf. Niet naar een ander willen luisteren is laf. Anderen afwijzen is laf. Op je strepen staan is laf. Elkaar vermijden is laf. Roeptoeteren en roddelen, ook al zo laf.

Wat dus ook nodig is om goed contact te maken is een portie lef .
Of: moed. Dat woord vind ik veel aardiger klinken.

Mensen hebben heel veel moed nodig. Bij het samenwerken. Bij het respecteren van elkaars denkbeelden.  Bij het onder ogen zien van problemen. Bij het opnemen van nieuwkomers.  Bij het begrijpen van elkaars angsten en koudwatervrees. Bij het aannemen van hulp. Bij het aanpassen aan je nieuwe land. Bij het eerlijk delen. Bij het bieden en aanpakken van kansen. Bij het vinden van oplossingen.

Moed móet. 

Door: Anita Janse – Brink, Paardencoach CVPC
Dit artikel verscheen eerder op de website van Paardencoach Noordholland

©Anita Janse- Brink, 2016

Herkenbaar? Laat een reactie achter!

Deel:
facebooktwitterlinkedinmail
  • Jet Rootlieb

    zo hou je het vers en fris! en: met de hoed in de hand, komt men door het gansche land. zoals altijd weer een leuk stukje!

    • WendeladenTonkelaar

      Nou precies, dat ja! Dank je wel Jet :)